Tot 100 verschillende beestjes in ons huis

Velen zullen het niet graag horen: maar in onze huizen krioelt het van de beestjes. Van fruitvliegjes tot pissebedden en spinnen. “We kunnen er maar beter mee leren leven”, zegt onderzoekster Michelle Trautwein. Dat schrijft Het Nieuwsblad.

Het lijkt haast een universele wet te zijn geworden: beestjes zien onze huizen als een verlengstuk van hun natuurlijke habitat. “Ze zijn gewoon niet buiten te houden”, klinkt het bij Michelle Trautwein, 'insectenonderzoeker' aan de California Academy of Sciences.

De studie van Trautwein verscheen recent in het vakblad Scientific Reports. De onderzoekster probeerde te achterhalen wat een gebouw 'gastvrijer' maakt voor vliegjes, mieren en andere beestjes. Daarom screende ze een vijftigtal woningen op de aanwezigheid van huisdieren, het gebruik van pesticiden, het aantal ramen en deuren, de inrichting en de staat van netheid.

In totaal werden meer dan 10.000 dode en levende beestjes aangetroffen. Gemiddeld gezien telde elke woning zo’n honderd soorten beestjes. Vijf families kwamen in elk huis voor: spekkevers, kogelspinnen, rouwmuggen, mieren en galmuggen. Vooral de benedenverdieping is erg populair bij de beestjes.

Fabeltje
Vaak wordt gedacht dat beestjes vooral hun toevlucht zoeken tot minder propere huizen, maar dat blijkt niet te kloppen volgens het onderzoek. “Het verraste me dat de aanwezigheid van beestjes niet beïnvloed wordt door het feit of het huis nu opgeruimd is of niet, of er een huisdier rondloopt of niet, en al evenmin of de bewoner pesticiden gebruikt of niet.”

Geen ramp
Velen zijn uiteraard niet tevreden met de talrijke aanwezigheid van de beestjes, maar toch hoeft dat geen ramp te betekenen. “Hoe onaantrekkelijk hun aanwezigheid ook mag klinken, die beestjes in huis kunnen een rol spelen in onze algemene gezondheid. Steeds meer studies suggereren dat allergieën of auto-immuunziekten een gevolg zijn van te weinig contact met een grote biologische diversiteit.”